Bevlogen Leiders (deel 4): Paul Schnabel
19 mrt 2015
Paul Schnabel1

Prof. dr. Paul Schnabel (1948), socioloog, was van 1998 -2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en is nu nog een van de tien Universiteitshoogleraren van de Universiteit Utrecht en kroonlid van de SER. Hij is lid van de raad van toezicht van ING Nederland en voorzitter van de RvT van de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN). Bestuurlijk is hij daarnaast actief als penningmeester van het Koninklijk Concertgebouworkest, voorzitter van het Duitsland Instituut en als toezichthouder bij o.a. Museum Boijmans van Beuningen,  Museum Catharijneconvent en het Nederlands Openluchtmuseum. Als directeur van het SCP rekende de Volkskrant hem tot de top tien van invloedrijkste Nederlanders. In 2010 ontving hij de Akademiepenning van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, in 2013 werd hij benoemd tot erelid van de Nederlandse Sociologische Vereniging en tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

 

Is gelukkig werken voor u een maakbaar begrip?

Niet in de absolute zin, zoals in het klassieke Amerikaanse model: als je het echt wilt, dan kun je het. Er zijn veel dingen die je wel wilt, maar absoluut niet kunt. Ik heb heel mijn leven mooi willen zingen, maar dat kan ik dus niet. Er zijn daarnaast door mijn leeftijd gewoon dingen die ik niet en nooit meer zal kunnen. Verder kun je wel werk maken van gelukkig werken. Vaak moet je die gelukkige werkplek zelf maken. Zo was er in mijn geval in 1977 nog geen onderzoeksafdeling bij het Trimbos. Ik ben onderzoeker en kreeg de kans die op te bouwen. Dat lukte en dan wordt de volgende stap er een succesvolle afdeling van te maken. Dat doe je met elkaar, maar als baas ben ik wel degene die daarop afgerekend word. Dat betekent ook dat ik selectief en soms streng moet zijn. Niet ieder onderzoek en niet iedere onderzoeker is even goed. In het eerste geval zei ik ‘nee’ en in het tweede geval nam ik afscheid van iemand. Niet leuk op dat moment, maar wel onvermijdelijk om mijn doel te bereiken. 

 

Welke rol speelde uw verwachtingspatroon in uw eigen carrière?

Het verwachtingspatroon dat je zelf hebt, is zeker belangrijk. Wat voor ambities heb ik eigenlijk? Wat vind ik dat ik zou moeten kunnen? Of je daar een beetje realistisch en tevreden in bent, verschilt tussen mensen. Sommigen hebben bij elke nieuwe functie die ze bekleden achteraf een gevoel van teleurstelling: Is that all there is? Wellicht hebben zij een te hoog verwachtingsniveau van wat werk kan betekenen en opleveren. Het is in mijn geval veel meer geworden dan ik zelf ooit gedacht had. Ik heb een hele mooie carrière kunnen maken en ik kijk er met tevredenheid en trots op terug. Toen ik met pensioen ging, zaten Willem-Alexander en Maxima naast me. Degene die me veertig jaar geleden had verteld dat dit de afsluiting van mijn loopbaan zou zijn, had ik voor gek verklaard. 

 

In hoeverre zijn uw levensomstandigheden bepalend geweest voor uw werkgeluk?

Ik ben altijd alleen geweest en gebleven. Dat zouden veel mensen als problematisch beschouwen en ook negatief waarderen. Dat heb ik ook wel gedaan. Toen ik jonger was, zag ik in mijn omgeving dat iedereen relaties aanging en kinderen kreeg. Op een gegeven moment moest ik accepteren dat het er kennelijk voor mij niet in zat. Ik leerde dat wat voor de meeste mensen juist vanzelfsprekend en misschien ook wel gemakkelijk is, voor mij heel moeilijk was en is. Dankzij het werk is het alleen zijn wel makkelijker te accepteren. Het werk, en ik ben na mijn 65e gewoon door blijven werken, neemt gewoon veel tijd in beslag. Vroeger heette dat sublimatie en daar is ook nu nog altijd veel bevrediging aan te ontlenen.  

 

Wat is de sleutel van uw succes? 

Ik zat in 2001 in de ministerraad toen Gerrit Zalm een briefje maar me schoof, waarop stond: “Het Sociaal en Cultureel Planbureau is nog nooit zo invloedrijk geweest!” Het was een heel klein briefje, maar ik heb het zuinig bewaard. Zalm was zelf directeur van het Centraal Planbureau geweest en wist dat op het SCP al vele jaren, lang voor mijn tijd, prima onderzoek werd gedaan en hele goede rapporten werden gemaakt.  Mijn taak was het om ons onderzoek ook onder de aandacht van de politiek en de samenleving te brengen. Ik ben als het ware voor de winkel gaan staan, met een stalletje met aanbiedingen van de week en zei: “Kom kijken, we hebben binnen ook ontzettend mooie spullen”.  Niet chic, maar wel effectief.

Eigenlijk probeerde ik vooraI alle kansen te pakken om een bijdrage aan het beleid te leveren en als instituut zichtbaar en in de aandacht te blijven. Kijk naar wat Martijn Sanders met het Concertgebouw en Wim Pijbes met het Rijksmuseum hebben gedaan. Alles klopte bij hen. Een grote opdracht uitvoeren met  aandacht voor de details, een gevoel voor publiciteit én oog voor de klanten en de medewerkers. Niet het beste ervan maken, maar het beste maken. Dat heb ik ook altijd nagestreefd.

 

10 tips van Schnabel om te floreren in werk:

  1. Ben selectief en soms streng om je doel te bereiken.
  2. Schep een realistisch verwachtingspatroon over je carrière.
  3. Geef medewerkers de erkenning waar ze recht op hebben.
  4. Bied medewerkers de ruimte met de zekerheid dat je ze dekt als het moeilijk wordt.
  5. Werk met hart en ziel, maar denk nooit dat het lot van de wereld ervan af gaat hangen.
  6. Ga met personeelsuitjes mee om met elkaar in verbinding te blijven.
  7. Blijf kritisch zonder beledigend te worden.
  8. Pak de kansen die je geboden worden om een bijdrage te leveren.
  9. Heb aandacht voor details en oog voor de klanten en medewerkers.
  10. Maak er niet het beste van, maar maak het beste.

 

Wil je het volledige interview met Paul Schnabel ontvangen? Reageer dan hieronder of stuur me een e-mail (info@klappetraining.nl).

 

Dit interview maakt onderdeel uit van het boek “Bevlogen Leiders” (eind 2015 verwacht). Hiervoor interview ik 20 toonaangevende leiders uit de Nederlandse kenniseconomie (o.a. Herman Wijffels, Alexander Rinnooy Kan, Paul Schnabel en Hans Clevers). In gesprek met hen onderzoek ik waarom zij zo ver boven de curve scoren qua optimisme, creativiteit, energieniveau, veerkracht bij tegenslagen, doorzettingsvermogen én prestaties. 

 

Meer weten over bevlogenheid en gelukkig werken? Kom dan naar de Introductie workshop: Positieve Psychologie in Organisaties.

 


Deze pagina delen:  


REACTIES
REAGEER
Naam

Email

Reactie