Bevlogen Leiders (deel 3): Marcel Levi
2 mrt 2015
Marcel Levi

Marcel Levi (1964) is hoogleraar Inwendige Geneeskunde en sinds 2010 voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC en Decaan van de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Levi heeft ruim 700 wetenschappelijke artikelen in internationale tijdschriften gepubliceerd en ontving verschillende internationale research prijzen. Daarnaast werd hij driemaal door vakgenoten gekozen tot de beste internist van Nederland en won hij vele jaren achtereen de onderwijsprijs van de faculteit geneeskunde van de UvA. In 2009 werd hij benoemd tot lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Hij is daarnaast vice-voorzitter van de nationale research organisatie ZON-MW.

 

Welke rol speelt voorbeeldgedrag?

Je wordt een soort mozaïek van de goede voorbeelden, waar je stukjes van probeert over te nemen. Ook slechte voorbeelden kunnen vormend zijn. Toen ik een jonge internist was, belde de secretaresse van mijn manager op mijn pieper. Ik dacht toch echt dat ik zo’n ding voor acute gevallen met patiënten had. Zij zei: “Peter wil je nu spreken!” Je kon me niet bozer krijgen. Dat was zo’n copy paste geval van dat ga ik later dus nooit doen. Als ik nu iemand graag wil spreken, dan vraag ik eerst of het uitkomt en dan ga ik bij hem of haar langs. Ik zie genoeg managers om me heen die zichzelf het centrum van de universe vinden. Dat is niet mijn stijl. Het gaat om de mensen die het werk doen, die in de frontlinie staan.

 

Ervaart u vaak positieve emoties?

Ik ben een aarts optimist. Toen ik het bij het AMC vier jaar geleden overnam, bleek onze financiële situatie desastreus. Er waren financiële tegenvallers, forse overheidsbezuinigingen en we hadden niks gespaard maar alleen maar teveel en te duur gebouwd. We moesten 65 miljoen euro bezuinigen. Daar kan je natuurlijk helemaal depressief van worden. Gaande de rit zat ik meer te kijken naar hoeveel we al behaald hadden, dan naar hoeveel er nog moest. Dat helpt wel. Na het eerste jaar hadden we 25 miljoen. Dan zeiden mensen: “We moeten nog 40 miljoen en het is nu al zo erg.” Ik zei toen: “Ja, maar we hebben al wel 25 miljoen. Dat is ons al gelukt!” Het glas is halfvol of half leeg. Ik merk dat het doseren van mijn positiviteit wel belangrijk is, anders gaat het mensen irriteren. 

 

Hoe belangrijk is de verbinding met de ander?

Goed punt! Het gevaar is dat je de godganse dag op je kamertje zit en iedereen je komt vertellen wat je toch al wist of wilde horen. Ik probeer actief naar mensen toe te gaan als ik een afspraak heb in het ziekenhuis. Niet alleen is het grappig om te zien hoe hun kamer eruit ziet. Op de weg ernaartoe – het is een vrij groot gebouw – kom ik van alles en iedereen tegen die me van alles en nog wat willen vertellen. Dat vind ik leuk. Dus je moet actief en zichtbaar in de organisatie zijn.

 

Hoe blijft u verbonden met de core business?

Ik geloof erg in professional in the lead. Dat betekent dat je nog steeds op de kerntaken actief moet zijn. Ik houd eens per week spreekuur op de polikliniek en af en toe draai ik in de avond-, nacht- en weekenddiensten mee. Als iemand me dan op maandag komt vertellen dat computers zo slecht werken of dat radiologie zo sloom is, dan vond ik radiologie best prima functioneren en inderdaad die computers zijn rampzalig. Dus door mee te werken kan ik dingen op waarde schatten. Bij andere mensen ontstaat het gevoel, dat hij weet waar wij last van hebben

 

7 tips van Levi om te floreren in werk

  1. Heb een open oor en open deur.
  2. Voorkom ruzie in je organisatie.
  3. Stuur op resultaat.
  4. Leer van goede én slechte voorbeelden.
  5. Ga actief naar mensen toe, zodat je zichtbaar in de organisatie bent.
  6. Deel je kerstgeschenken met het personeel.
  7. Werk mee op de kerntaken, zodat je kritiek op waarde kunt schatten.

 

Wil je het volledige interview met Marcel Levi ontvangen? Reageer dan hieronder of stuur me een e-mail (info@klappetraining.nl).

 

Dit interview maakt onderdeel uit van het boek “Bevlogen Leiders” (eind 2015 verwacht). Hiervoor interview ik 20 toonaangevende leiders uit de Nederlandse kenniseconomie (o.a. Herman Wijffels, Alexander Rinnooy Kan, Paul Schnabel en Hans Clevers). In gesprek met hen onderzoek ik waarom zij zo ver boven de curve scoren qua optimisme, creativiteit, energieniveau, veerkracht bij tegenslagen, doorzettingsvermogen én prestaties. 

 

Wil jij meer weten over bevlogenheid en gelukkig werken? Kom dan naar de Introductie workshop van Klappe Training. 


Deze pagina delen:  


REACTIES
geplaatst 24 maart, 2017 om 15:53
Smitha593 | smitha632@gmail.com
John
REAGEER
Naam

Email

Reactie